Toelating verwijdering en schorsing

Toelating
Uitgangspunt van de scholen van Kindante is de keuzevrijheid van de ouders. Zij zoeken de school die het beste aansluit bij hun kind en bij hun eigen opvattingen.
Voorwaarde is dat ouders bij toelating aangeven dat zij de grondslag van de school zullen respecteren.
Indien ouders de grondslag van de school niet kunnen respecteren heeft de school het recht om een leerling te weigeren op grond van godsdienstige gezindheid of levensbeschouwing, indien binnen redelijke afstand van de woning van de leerling gelegenheid bestaat tot het volgen van openbaar onderwijs.

Sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs is voor elke school/bestuur de zorgplicht van kracht. Indien de school bij aanmelding niet de noodzakelijke ondersteuning kan geven op basis van de hulpvragen van het kind is de school/bestuur verplicht de ouder te begeleiden naar een andere passende plek.

Bij aanmelding hebben de ouders wel de plicht om alle relevante en juiste informatie te verstrekken of dienen ouders toestemming te geven dat de school informatie kan opvragen aan derden. Daarnaast kan de school ten behoeve van het vaststellen van de onderwijsbehoeften van het kind de ouders verzoeken eerst aanvullend onderzoek te laten verrichten.

Bij de invoering van Passend Onderwijs dienen alle kinderen een passende plek te krijgen binnen de totale zorgstructuur van het Samenwerkingsverband in de regio. Voorkomen moet worden, dat de leerling nergens terecht kan en thuis komt te zitten.

De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders.

De school dient het besluit om een leerling niet toe te laten schriftelijk met redenen omkleed aan de ouders mee te delen. De ouders kunnen tegen dat besluit bij het bevoegd gezag schriftelijk bezwaar indienen, binnen zes weken na de beslissing. Het bevoegd gezag is verplicht de ouders te horen en moet binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift beslissen. Daarna zouden de ouders nog een beroep kunnen doen op de burgerlijke rechter.

Schorsing van leerlingen
Schorsing valt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
De volgende zorgvuldigheidseisen zijn belangrijk:
  1. Het bevoegd gezag kan de leerling voor een beperkte periode schorsen, nooit voor onbepaalde tijd (maximaal 5 dagen),
  2. De schorsing vindt eerst plaats na overleg met de leerling, ouders/wettelijke verzorgers en groepsleerkracht,
  3. Het bevoegd gezag deelt het gemotiveerd besluit tot schorsing schriftelijk aan de ouders/wettelijke verzorgers mee, alsook eventuele andere maatregelen. De directeur is gemandateerd namens het bevoegd gezag deze brief te ondertekenen nadat hierover overleg heeft plaatsgevonden met het domein onderwijs,
  4. De school stelt de leerling in staat, door het opgeven van huiswerk, de leerstof bij te houden en zo te voorkomen dat deze achterstand oploopt,
  5. Voordat de leerling terugkeert naar school vindt altijd een gesprek plaats met de ouders/wettelijke verzorgers en zo mogelijk de leerling. Na afloop van dit gesprek worden gemaakte afspraken schriftelijk vastgelegd,
  6. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van het onderwijs en de leerplichtambtenaar in kennis van de schorsing en de redenen daarvoor. Zo nodig wordt ook de jeugdzorg ge´nformeerd.

Verwijdering van de reguliere basisschool
Het bevoegd gezag kan overgaan tot verwijdering als:
  • de school niet aan de zorgbehoefte van de leerling kan voldoen,
  • er sprake is van ernstig wangedrag van de leerling en/of de ouders.

De beslissing over verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag. Voordat tot verwijdering wordt besloten hoort het bevoegd gezag de betrokken groepsleerkracht en directeur van de school.
Verwijdering kan alleen maar plaatsvinden als het bevoegd gezag een andere school heeft gevonden die bereid is de leerling toe te laten.

Onderstaande procedureregels zijn van toepassing:
  1. De ouders/wettelijke verzorgers worden gehoord over het voornemen tot verwijdering.
  2. Het bevoegd gezag deelt het gemotiveerd besluit tot verwijdering schriftelijk aan de ouders mee, alsook eventuele andere maatregelen. Er moet een gemotiveerd schriftelijk besluit zijn waarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om bezwaar in te dienen bij het bevoegd gezag.
  3. De ouders/wettelijke verzorgers kunnen binnen 6 weken een bezwaarschrift indienen.
  4. Het bevoegd gezag is verplicht om de ouders/wettelijke verzorgers te horen over het bezwaarschrift.
  5. Het bevoegd gezag moet binnen 4 weken na de ontvangst van het bezwaarschrift beslissen.
  6. Het bevoegd gezag meldt het besluit tot verwijdering van de leerling terstond aan de Inspectie van het onderwijs en de leerplichtambtenaar. Zo nodig wordt ook Jeugdzorg ge´nformeerd.

Terug
Print